logo-millennium-visie.jpg

Gratis nieuwsbrief

Naam:
E-mail:

kb

 

Bericht
  • EU e-Privacy Richtlijnen

    Wij maken gebruik van cookies, om onze website te verbeteren, en om het verkeer op de website te analyseren. Door op akkoord te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring. Ga voor meer informatie naar Privacy pagina.

    Bekijk Privacy Richtlijnen

Jezus stierf niet op Goede Vrijdag, september 2016

1.0 Inleiding

‘De geboortedatum; wanneer is Jezus geboren?’

Het is algemeen bekend dat Jezus niet op 25 december is geboren. Waarom vieren we dan toch op die datum het kerstfeest? Een bijbels argument valt er niet voor te vinden.

afb. engelen 69Het heeft allemaal met ons heidense verleden te maken, want ooit vierden onze verre, verre voorouders op dat tijdstip het zonnewendefeest. Zo’n religieus gebruik blijkt zo’n taai leven te leiden, dat het moeilijk was de mensen af te wenden van dit feest. Daarom hebben ze het gekerstend:Jullie vieren altijd het feest van de onoverwinnelijke zon? Bedenk dat Jezus de Zon der Gerechtigheid is en het Licht der Wereld wordt genoemd’. Het oude oer-feest is dus verheven tot een geschikt moment om zijn geboorte te gedenken. Op die manier zijn veel heidense gebruiken blijven voortbestaan.

 

2.0 Wanneer is Jezus geboren?

‘De exacte leeftijd van Jezus’

Het ligt voor de hand te denken aan eind september of begin oktober. Lucas vertelt over het inschrijvingsbevel van keizer Augustus. Dit moet zijn uitgegaan in het seizoen van het Loofhuttenfeest. In het oude Israël was het in die periode de gewoonte om belasting te heffen.
Het geboorteverhaal [1,2] vertelt, dat er herders waren in de velden van Efrata. Die trokken daar rond van medio maart tot begin oktober. De winters waren koud en nat. ‘Midden in de winternacht dan misschien?’ Allemaal romantiek!

afb. jezus 5Maar rondom het verhaal van Jozef en Maria die het kindeke Jezus vanuit Bethlehem naar Egypte voerden om aan Herodes te ontsnappen, heeft altijd een waas van geheimzinnigheid gehangen. Lucas legt uit dat Jezus was geboren in Bethlehem, waar zijn ouders voor de volkstelling naartoe waren getrokken omdat Jozef lid was van het geslacht David. De enige bekende volkstelling was die van Quirinius in 6 n. Chr., nadat Rome Judea had bezet. Maar rond deze tijd zou Jezus al een kind zijn, omdat hij volgens de evangeliën ongeveer dertig jaar oud was toen hij gekruisigd werd.

Deze berekeningen kloppen ergens dus niet; ze komen niet overeen met de gegevens die in de evangeliën staan. Een mogelijke verklaring is: Volgens een door het Vaticaan goedgekeurde chronologische tabel achter in de Jeruzalembijbel [3] wordt de avond van Pesach, 8 april van het jaar 30, als datum voor de kruisiging beschouwd. De redenering is als volgt: het Johannesevangelie bevat enkele tamelijke precieze data, want Johannes plaatst het Pesach dat volgt op Jezus’ doop in het jaar 28. Johannes noemt twee andere Pesachs, en het derde zou rond de tijd van de kruisiging moet hebben plaatsgevonden. In het jaar 30 dus.

Kan dit correct zijn?

We hebben buiten het Nieuwe Testament slechts twee bronnen die harde gegevens bevatten. Om te beginnen Tacitus die stelt dat ‘Christus werd veroordeeld tijdens de regering van prefect Pontius Pilatus’. We weten dat Pilatus prefect van Judea was van 26 tot 36 n. Chr. en dát verschaft ons het tijdskader waarbinnen we moeten blijven.

Ten tweede is er de Joodse historicus Josephus die weliswaar dezelfde gebeurtenissen vermeldt, maar we zijn niet afb. jezus 4zeker van of zijn verslag over Christus origineel is; misschien hebben latere christelijke commentatoren passages toegevoegd.
Het evangelie van Lucas stelt, dat Jezus ongeveer dertig jaar oud was ten tijde van zijn doop door Johannes de Doper en dat dit gebeurde in het vijftiende jaar van de regering van Tiberius (dus in 27, volgens de Syrische jaartelling). Hij werd niet lang vóór de terechtstelling van Johannes de Doper gedoopt en het evangelie van Mattheüs beschrijft hoe Jezus na Johannes’ dood in de woestijn bescherming zocht, mogelijk uit angst voor zijn eigen leven.

Over de eerste dertig jaar van Jezus' leven valt dus nauwelijks iets te zeggen. Ook de bepaling van zijn geboortejaar blijft speculatief. Veel historici hebben geconcludeerd dat het jaar 6 à 7 voor het begin van onze jaartelling het meest waarschijnlijke jaar van Jezus' geboorte is. Maar de enige zekerheid is dat Jezus is geboren tijdens het bewind van keizer Augustus.De precieze geboortedatum van Jezus is dus niet bekend. De datum 25 december steunt niet op Bijbelse of historische feiten.


[1] Geboorte van Jezus volgens het evangelie van Marcus; 4 v. Chr.
[2] Geboorte van Jezus volgens het evangelie van Lucas [2:1-7]; 6 n. Chr.

[3] Jeruzalembijbel = Hebreeuwse bijbel.
Traditioneel werd aangenomen dat Jezus geboren was in het jaar 1, gebaseerd op de berekeningen van Dionysius Exiguus rond 525.

3.0 In welk jaar vond dan de terechtstelling plaats?

Evenals bij Jezus' geboortedatum, is er over zijn sterfdatum geen zekerheid. Deze viel in elk geval in de periode van het bewind van Pontius Pilatus, die van 26 tot 36 na Chr. praefectus was van Judea. Volgens de canonieke evangeliën stierf Jezus op vrijdag!

afb. jezus 2Maar het kan zeker niet 27 n. Chr. geweest zijn, want Mattheüs en Marcus rapporteren dat Johannes de Doper werd gearresteerd door Herodes Antipas, omdat hij kritiek had op diens huwelijk met Herodias – de van zijn broer gescheiden vrouw -. Een huwelijk, dat volgens de Joodse wet verboden was ( en ook volgens één van de teksten in de Dode Zeerollen, de Tempelrol). Op grond van deze openlijke kritiek werd Johannes de Doper terechtgesteld. Voor zover kan worden nagegaan, werd het huwelijk van Herodes Antipas en Herodias voltrokken in 35 n. Chr. Hieruit volgt dat Johannes de Doper in 35 n. Chr. werd terechtgesteld. En dus moet Jezus in dat jaar nog in leven zijn geweest.

Het laatste Pesach dat door Pilatus werd bijgewoond, vond plaats in 36 n. Chr. Met andere woorden, omdat Jezus volgens de evangeliën werd gekruisigd ná de dood van Johannes de Doper én op bevel van Pilatus, moet het wel het Pesach van 36 n. Chr. zijn geweest toen Jezus werd gekruisigd. Dit is later dan de meeste deskundigen aannemen, maar indien Jezus geboren werd tijdens de volkstelling van 6 n. Chr. zoals Lucas [2:2] zegt en zijn leven bij zijn dood ongeveer dertig jaar was, dan is 36 n. Chr. ongeveer de correct tijd van de kruisiging!

4.0 Hoe zit het met de sterfdag van Jezus?

‘Jezus stierf niet op Goede Vrijdag’

Volgens de traditie vond de kruisiging plaats op vrijdag en is Jezus op zondag opgestaan. Maar dit kan niet kloppen. Het komt erop neer dat hij na één dag en nacht en twee kleine gedeelten van een dag of nacht is verrezen uit het graf. Dit staat op gespannen voet met een uitspraak van Jezus zelf.
Op de vraag van de Schriftgeleerden en Farizeeën antwoordde hij dat ze geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona: ‘Gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des Mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten’ [Matth. 12:40]

Als we ons verdiepen in deze ingewikkelde materie, voert dat tot de conclusie dat Jezus op woensdag is gestorven en afb. jezus 20naar alle waarschijnlijkheid op sabbat is opgestaan. Maar hoe komt het dan dat we nu een heel andere voorstelling van zaken hebben? We lezen in het evangelie dat Jezus stierf op de dag van de voorbereiding en dat de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven hangen [Joh. 19:31]. Op grond hiervan is verondersteld dat de kruisiging op vrijdag was.
In de Leidse vertaling is dit er zelfs van gemaakt: ‘Daar het vrijdag was ….’. Maar er staat in de oorspronkelijke tekst: paraskeue en dat betekent ‘voorbereiding’. Men vergeet dat na Pesach het feest van de ongezuurde broden volgt, waarbij de eerst en de laatste dag heilige sabbatten zijn. Daarop doelt Johannes als hij opmerkt: - want de dag van die sabbat was groot -.

5.0 De Sabatten

adam na zondevalAlles valt op zijn plek als we bedenken dat er twee sabatten waren gedurende de periode dat Jezus in het graf lag. Voor een incongruentie tussen het evangelie van Marcus en Lucas is dan een verklaring te geven. Hebben de vrouwen vóór de sabbat de specerijen gereedgemaakt (Luc. 23:56) of kochten ze deze ingrediënten ná de sabbat (Mar. 16:1)? Als er staat bij Marcus da ze na de sabbat specerijen kochten om Jezus te zalven, kan dit niet na de wekelijkse sabbat zijn: zij gingen de volgende dag al vroeg op pad. Er was voordien geen gelegenheid eerst specerijen te kopen. Lucas meldt dat de vrouwen, nadat ze zagen hoe Jezus in het graf werd gelegd, terugkeerden en specerijen gereedmaakten. Daar na rustten ze op de sabbat volgens het gebod. Dit is niet de bijzondere sabbat na Pesach, maar de wekelijkse sabbat. Dit brengt ons tot de conclusie dat er twee sabbatten waren, met daartussen een dag van voorbereiding.

6.0 Pesach

Jezus is op Pesach gestorven [1,2]. Zo heeft Hij het zelf aangekondigd: ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten,afb. levensbeschouwing 2 Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden’ [Matth. 26:2]. De geestelijke leiders waren intussen al bezig een list et bedenken om Hem ter dood te brengen. Om problemen te voorkomen, zeiden ze: ‘Niet op het feest, want dan komt het volk in opstand’ (Matth. 26:5) Toch gebeurde het zoals Jezus gezegd had. Als we ontdekken dat Jezus op de 14e Nisan, het feest van Pesach, is gestorven dan volgt daarop donderdag de 15e Nisan als een bijzondere sabbat, namelijk de eerste dag van het feest der ongezuurde broden. Vrijdag is dan weer een voorbereidingsdag, waarop bij het begin van de avond de wekelijkse sabbat volgt. Tegen het einde van die bijzondere rustdag is Jezus door God uit de dood opgewekt. Of het is, denken anderen, net na die dag gebeurd. Niemand is daar echter bij geweest. Al vroeg in de morgen van de volgende dag zijn de vrouwen als eerste getuige geworden van de opstanding van Jezus.


[1] De kruisiging van Jezus volgens de katholieke geloofsleer; 30 n Chr.
[2] Pesach – de kruisiging van Jezus volgens Mattheüs’ tijdtabel

7.0 Op welk tijdstip is Jezus gestorven?

‘De terechtstelling’

Op welk tijdstip van de dag werd Jezus aan het kruis genageld?

afb. levensbeschouwing 1Marcus 15:35 zegt: op het derde uur. Dat wil zeggen, het uur dat begon om ongeveer 7.35 a.m. Met het oog op de tijdsindeling zou dit mogelijk zijn, vooral als Marcus bedoelde tegen het einde van dat uur. Johannes, volgens zijn schema het Paasmaal nog gegeten moeten worden, beoogt waarschijnlijk deze vrijdag voor te stellen als de dag waarop ’s middags de paaslammeren geslacht moesten worden. Hij vertelt ons (19:14) dat het proces van Jezus in het pretorium omstreeks het zesde uur ten einde liep. Dat wil zeggen het uur dat begint om 10.45 a.m., en in de Misjna (Pesachiem 5:1) staat dat het paasoffer geslacht werd halverwege na het zevende uur, dat wil zeggen om ongeveer 12.15 p.m.
Hoe laat het ook geweest mag zijn, drie details hebben parallellen in de oudheid: het aanbieden van wijn met mirre aan Jezus, waarvan in de Talmoed melding wordt gemaakt (B. Sanhedrin 43a) als een daad van barmhartigheid die soms door de vrouwen van Jeruzalem verricht werd; het verdelen van Jezus’ kleren onder de soldaten die verantwoordelijk waren voor de terechtstelling werd erkend in het Romeinse rechte (en genoemd in Digesta 48:6); en het ophangen van een bekendmaking waarin de aarde van de misdaad vermeld werd (zoals in Suetonius, Caligula 32).

Aan het kruis wordt Jezus bespot, en dan vindt er datgene plaats wat het laatste conflict blijkt te zijn. Het is onthullend afb. leven na de dood 4te zien wie de spotters waren. Voor Marcus zijn ze ‘voorbijgangers’ (15:29). Misschien een verwijzing naar Klaagliederen 1:12 en 2:15 waarin hetzelfde Griekse woord wordt gebruikt in de zin ‘Raakt het u niet, gij allen die voorbijgaat?’ Marcus gaat een stapje verder en herkent onder hen de ‘Overpriesters en Schriftgeleerden’ (15:31), waaraan Mattheüs toevoegt ‘en de oudsten’ (27:41). Het is dezelfde groep die hier ‘de oversten’ wordt genoemd door Lucas (23:35) die oorspronkelijk beslisten dat Jezus moest sterven.
De dieven die met hem gekruisigd zijn schelden hem uit, en Lucas voegt er nog wat ruwe grappen van de soldaten aan toe (23:36-38). Op dit moment – het zesde uur dat begon om 10.45 a.m. – viel de duisternis in. Een zonsverduistering [1] op het Pascha zou onmogelijk zijn aangezien er volle maan is . Maar zoals iedereen die Jeruzalem kent in april, kunnen er zware wolkenvelden en stormen voorkomen. Deze duisternis hield aan tot het negende uur – dat ongeveer 1.50 p.m. begint – toen Jezus volgens Marcus (15:37) een luide kreet slaakte en de geest gaf! Marcus beschrijft de dienstdoende hoofdman die bij de dood van Jezus zegt: ‘waarschijnlijk deze mens was een zoon Gods’ (15:39). Zo’n uitspraak impliceerde waarschijnlijk maar weinig betrokkenheid als hij gedaan werd door een heiden, maar Marcus nam deze woorden op in zijn evangelie omdat ze voor de christelijke lezer zeer pregnant waren.

afb. leven na de doodHet weinig dat we weten over kruisigingen in de antieke wereld is onlangs uitgebreid door de ontdekking van een graf bij Giv’at ha-Mivtar, ongeveer 2 km ten noorden van de oude stad van Jeruzalem, ons uit de doeken gedaan. Men vond in één van de stenen beenderkistjes de beenderen van een man die gekruisigd was toen hij tussen de vierentwintig en achtentwintig jaar oud was, in een tijd in de tweede Tempel Periode. Professor Haas van de afdeling anatomie aan de Hebreeuwse Universiteit ontdekte de staander van het kruis dat was voorzien van een smal ‘zit-stuk’ dat bedoeld was om te voorkomen dat de gevangene instortte en dus eerder zou sterven. De voeten werden aan het kruis verzegeld met een blok hout en een ongeveer 18 cm lange nagel die door het houten blok en de twee hielbenen ging en vastgemaakt werd in het kruishout dat meestal gemaakt was van olijfhout. Het bovendeel van het lichaam had geen steun buiten de nagels die de voorarmen doorboorden (tussen de radius en de ulna) en ze aan het kruis hielden. De scheenbenen van dit skelet waren gebroken, blijkbaar met een soort houten hamer, zoals de benen van de dieven (Joh. 19:32) die tegelijk met Jezus gekruisigd waren. Misschien was dit slachtoffer één van de tweeduizend joden die tijdens Jezus’ kinderjaren gekruisigd werden.


[1] De (zons-)verduistering en de aardbeving in het kruisigingsverhaal zijn legendarisch: het was gebruikelijk post factum zulke natuurfenomenen te hechten aan de dood van belangrijke historische figuren. Bovendien kan een zonsverduistering niet omdat deze niet enkele uren duurt zoals in het verhaal. Bovendien valt het paasfeest samen met volle maan. Astronomische berekeningen aan de hand van deze vermeende zonsverduistering hebben historisch-kritisch dus geen waarde.

8.0 De Bijbelse vertaling

afb. geloofsovertuig 1Onbegrijpelijk is het dat er zo systematisch bij de vertaling van de Bijbel werd geknoeid. De Statenvertalers hebben dat nog het meest laten merken, door wat er niet staat cursief te drukken: ‘En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen de eerst dag der week ….’ (Matth. 28:1; hetzelfde geldt van de parallelle teksten bij Marcus en Lucas).
Er staat in het Grieks: eis mian sabbatoon. Mia betekent echter niet ‘eerste’, maar ‘een’. En sabbatoon is het meervoud van sabbat. Ten onrechte beweert men dat dit een andere uitdrukking is voor ‘week’. Onjuist is dan ook de vertaling; ‘De eerste dag der week’. Er staat namelijk ‘een van de sabbatten’. Als we daarbij de aanwijzingen voor de feesten lezen, wordt alles duidelijk [Leviticus 23:15-16]. Daar staat letterlijk dat het gaat om zeven volkomen sabatten.

9.0 Verdraaid

In het zo belangrijk wanneer Jezus precies is gestorven en opgestaan? Het gaat er toch om wat er het werkelijk is gebeurd!

Daarmee staat of valt immers - volgens het getuigenis van de apostelen – ons (christelijke) geloof! Toch is het nietopenbaring 6 onbelangrijk de aandacht erop te vestigen dat alles zo verdraaid is. Dit laat zien hoe we ons als christenen in wezen hebben ‘losgezongen’ van de Joodse oorsprong! Het meest trieste bewijs daarvan is wel het verschil
tussen de datum van het Joodse Pesach en het christelijke Paasfeest. Tijdens het concilie van Nicea in 325 [1] na Christus is besloten de paasdatum officieel vast te stellen op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Deze keuze is heel bewust gemaakt, omdat men persé niet wilde dat het christelijke Paasfeest zou samenvallen met het Joodse Pesach.


[1] Het concilie van Nicaea construeerde een wereld van christendom waarin een gezamenlijke geloofscode werd aangehangen met uiteindelijk als doel het grijpen en centraliseren van de macht. (Paus Innocentius , 401-417) en paus Leo I (440-461) en paus Gelasius (492-521)

10.0 Slot

afb. jezus 8We weten dat de tijd waarin Jezus leefde, dat het een tijd was waarin geloof alles was en het verkeerde geloof een onmiddellijke dood kon betekenen. De dood, hetzij door de Romeinen of door de zeloten met hun dolken. Slechts weinig van deze gebeurtenissen zijn terug te lezen in de evangeliën. In plaats van geschiedenis schildert het Nieuwe Testament ons een verwrongen beeld van die tijd ons voor. Toch konden de geschiedschrijvers niet om het verhaal van Jezus heen niet.
Jezus werd geboren en bracht zijn vormingsjaren door in de periode van de vroege Zelootse vrijheidsbeweging. Toen Jezus rond zijn dertigste jaar met zijn zendingswerk begon, waren enkele van zijn naaste volgelingen lid van deze messiaanse beweging. Een beweging waar zij Jezus een belangrijke, reddende rol toedichten; de Koning. Maar uit het verhaal van de kruisiging zoals het Nieuwe Testament dat vertelt, is – mogelijk met opzet – de politieke context weggelaten.
Dit bewijst dat latere auteurs een gezamenlijke poging hebben gedaan om Jezus en zijn leven gescheiden te houden van de historische tijd waarin hij was geboren, leefde en stierf. Maar hierdoor hebben ze Jezus ook zijn Joodse context ontnomen, wat veel kwalijker was. Nog steeds zijn veel christenen zich er volstrekt niet van bewust, dat Jezus nooit een ‘christen’ is geweest: hij is geboren als Jood en heeft geleefd als Jood.

Een generatie na de kruisging van Jezus – of althans nadat hij van het toneel was verdwenen – raakten Jeruzalem en de afb. jezus 9tempel van het Joodse geloof verloren. In plaats daarvan werd de rabbinale school in Jabneh [1] het centrum van het geloof; 70 tot 132 n. Chr.. In diezelfde tijd begon de manipulatie van het verhaal van Jezus, een verhaal dat uiteindelijk een traditie schiep met Jezus als middelpunt en niet God! Deze traditie leidde tot heftige meningsverschillen onder vroege kroniekschrijvers, maar zou ten slotte alle andere interpretaties overvleugelen. De Joodse oorsprong van Jezus werd vervat in een steeds invloedrijker wordende heidense context die werd ingebracht door tot het christendom bekeerde mensen uit de wereld van de Romeinen en de Grieken. In de volgende eeuwen zou deze heidense invloed een wig drijven tussen Jezus en het judaïsme.

Het publiek voor de christelijke boodschap was blijkbaar veranderd. De boodschap was niet meer bedoeld voor Joden, maar eerder gericht op heidenen. De ‘gelovers’ in goden en godinnen als Mithras, Dionysius, Isis en Demeter. Het nieuwe geloof moest een nieuwe verpakking krijgen, dichtgebonden met een anti-Joods lintje. De wereld was rijp voor een nieuwe verklaring van de geschiedenis en klaar voor het begin van de triomftocht van de kunstmatige ‘Jezus van geloof’. Niet van de ware ‘Jezus van de geschiedenis’. Een Joodse man die sprak over God, die een goddelijke boodschap uitdroeg, maar die niet beweerde God [2] zelf te zijn.

‘Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen, zei Jezus: “Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?” ”Voor een goede daad zullen we u niet stenigen”, antwoorden ze, “maar wel voor godslastering: U bent een mens, maar u beweert dat u God bent!” Jezus zei: ”Staat er in uw wet niet geschreven: Ik heb gezegd: U bent goden?

Tussen het moment waarop deze woorden werden gesproken en op schrift werden gesteld, mogelijk tegen het einde van de eerste eeuw, was Jezus tot christen gemaakt. En het christen-zijn betekende het volgen van lessen die ver verwijderd waren van die van de Joden. Dit is ook duidelijk in een vastgelegde dialoog tussen Justinus Martyr, een kerkvader uit de tweede eeuw, en een Joodse leraar die Trypho heette. Uit deze briefwisseling blijkt heel duidelijk dat tussen de twee religies een diepe kloof was ontstaan.


[1] Op 29 augustus 70 n. Chr. werd de tempel verwoest wat gepaard ging met een grote slachtpartij. Maar een geloofsvlam bleef wakkeren. Onder leiding van Johannes ben Zakkai, een belangrijke farizee die Jeruzalem had weten te ontvluchten en aan Vespasianus het beheer van Jabneh had gevraag, het sanhedrin hervormd en een school gesticht. Tussen 70 en 132 fungeerde Jabneh als hoofdstad van de Joodse regering en als centrum van het Joodse geloof. Hier werden de canonieke boeken van de Bijbel –voor de christenen het Oude Testament – vastgelegd. Een centralisatie van het geloof
[2]
Tijdens het Concilie van Nicaea (325) werd de gelijkwaardigheid van de Vader en de Zoon vastgelegd. Het concilie van Nicaea construeerde een wereld van christendom waarin een gezamenlijke geloofscode werd aangehangen met uiteindelijk als doel het grijpen en centraliseren van de macht. (Paus Innocentius , 401-417) en paus Leo I (440-461) en paus Gelasius (492-521)

10.1 Het joodse perspectief

afb. jezus 7Jezus was een Jood en de heilige boeken die hij en zijn discipelen gebruikte waren Joodse boeken. Jezus was vertrouwd met de Joodse geschriften; hij citeerde er met gemak uit. Als je een jood bent, houd je niet op joods te zijn teneinde christen te worden. En als je een echte jood bent, stel je voortdurend vragen aan God. Elke dat dat een jood bidt, vraagt hij of zij God: ‘Waarom?’ in het besef dat alleen God het antwoord kent. Het is voor een jood een godslastering te denken dat hij of zij het weet, want alleen God weet het.

Jezus zegt: ‘Als je mijn leer wilt volgen, moet je eerst aan het joodse deel van het joods-christelijke erfgoed voldoen. Je moet beseffen dat God het antwoord heeft, en niet jij of ik! Je moet je overgeven aan het leven zoals dat ontvouwt, in het besef dat het een doel heeft, zelfs als jij dat niet kunt zien’.

Je moet met God een relatie hebben. Veel christenen denken dat Jezus één en al oor voor hen is en dat ze daarom niet in gesprek hoeven te gaan met God. Ze denken dat als ze hem ‘hebben’ het wel zonder God kunnen. Maar dat is niet waar. Jezus zegt: ‘Zonder God ben ik niets’.
Veel christenen leggen veel te veel de nadruk op het geloof in Jezus. Maar realiseer je dat je niet sneller Thuis komt wanneer je in Jezus (alleen) gelooft dan wanneer je in Krishna of Boeddha gelooft. De man of de vrouw die het meest liefheeft boekt de meeste voortuitgang. Dat is de meest eenvoudige waarheid!

Godsdiensten, sekten, dogma’s zijn niets anders dan obstakels op de weg naar Huis. Realiseer je dat godsdiensten agnosten hebben geschapen. Want ……… als je liefdevol bent dan maakt het niets uit of je jood, moslim of christen bent. Wanneer je hart vol liefde is, opent het pad zich voor je. Woorden en concepten kunnen je hart niet openen. Alleen liefde kan je hart openen.

“Hoe diep is het geloof gevallen in de handen van de zelfbenoemde erfgenamen van Christus?”

Hans Zevenboom

Literatuurverwijzing:

1. Blad Woord en Dienst, 26 maart 2010 - G. Hette Abma
2. Boek, Het Mysterie Jezus, Michael Baigent, 2006
3. Boek, Het wonder van liefde, Paul Ferrini, 2000
4. Boek, Jeruzalem in Jezus’ tijd, John Wilkinson, 1978

 

 

 
Millennium-Visie
Tel. 06 – 20834965
www.millennium-visie.org
info@millennium-visie.org

Joomla Templates by Joomlashack