logo-millennium-visie.jpg

Gratis nieuwsbrief

Naam:
E-mail:

kb

 

Bericht
  • EU e-Privacy Richtlijnen

    Wij maken gebruik van cookies, om onze website te verbeteren, en om het verkeer op de website te analyseren. Door op akkoord te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring. Ga voor meer informatie naar Privacy pagina.

    Bekijk Privacy Richtlijnen

Exorcisme, het uitdrijvingsritueel - deel V, Augustus 2019

 

Plaaggeest(je) of kwaadwillend, ziekmakende entiteit?

Voorwoord

De reden van deze serie artikelen is, dat het tijd wordt dat we de ‘geestenwereld’ als realiteit serieus gaan nemen of op z’n minst willen nadenken over de mogelijkheid van het bestaan hiervan. Het bestaan van ‘dolende geesten’ in een onzichtbare wereld. Een onzichtbare wereld die ongekend veel angst inboezemt.
exorcisme 6Voor velen is het niet meer dan fantasie, maar anderen weten beter en hebben bitter moeten ervaren dat we als mens nu eenmaal met het ‘kwaad’ te maken hebben. Welke vorm het kwaad dan mag aannemen. Sommigen wuiven het weg en vinden zichzelf hier te nuchter voor. Maar onze calvinistische nuchterheid is niets anders dan gecamoufleerde angst. Weinig mensen willen of durven zich niet te verdiepen in deze materie. Want – zo zegt de realiteit - als ze eenmaal in het kwaad verstrikt zitten, ervaren ze dat als pijnlijke eenzaamheid. ‘Ze kunnen er met niemand over praten’, is de algemene klacht. Maar in het verschijnsel ‘demonische bezetenheid’ krijgt het kwaad werkelijk een gezicht.
Nuchterheid betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten voor verschijnselen die vanuit rationeel oogpunt onmogelijk lijken. Nuchterheid betekent dat we kritisch en onbevooroordeeld kijken en luisteren naar de ander en naar de verschijnselen die zich voordoen. Onze wereld is groter dan alleen maar wat onze zintuigen waarnemen. We weten dit omdat wij allerlei dingen kunnen voelen, terwijl voor anderen niets daarvan zichtbaar hoeft te zijn.

De rode draad in deze serie artikelen met als onderwerp ‘Exorcisme’ kan vervat worden in een serie vragen. Het ligt in de bedoeling – na het lezen van deze artikelen - dat u deze vragen voor uzelf beantwoord, maar dan wel vanuit uw hartgevoelens en niet uw ratio laat gelden. Eén van deze vragen m.b.t. dit artikel heeft met het volgende thema te maken:

  1. Ongewenste ziekmakende entiteiten – met als verzamelnaam de duivel of satan, die het kwaad vertegenwoordigt - zijn in werkelijkheid dolende geesten zoals obsessoren, elementhalen, auralifters, aanhechtingen, pseudo-obsessoren, etc., … die niet vrijwillig naar het Hemelrijk zijn gegaan, maar ergens in ons planetair stelsel zich begeven, wachtend op een ‘gastheer’. Waar of pure onzin?
  2. En ….. kan een demonische ‘bezetenheid’ werkelijk worden opgeheven?

1.0  Inleiding

‘Is het zinvol én verantwoord om met demonen te spreken?’

Het tegenwoordige officiële standpunt van de rooms-katholieke Kerk is in feite genuanceerd en weerspiegelt een zekere ambivalentie, zoals heel dikwijls het geval is met uitspraken van de Heilige Stoel. Officieel keurt de kerkelijke leiding het gebruik van exorcisme goed, maar tegelijkertijd wil zij het ritueel niet populariseren; het onderwerp van massahysterie maken, of sterk overdrijven. De kerkelijke leiding vreest kennelijk dat het ritueel wordt misbruikt.

exorcisme 2In plaats van een verhit debat over ‘Wat is bezetenheid’ te voeren, lijken exorcisten en het idee van demonische bezetenheid thema’s te zijn die talrijke priesters liever naast zich neerleggen. Maar zelfs de meest progressieve priesters kunnen het idee van het kwaad en de genezende kracht van gebed niet zomaar van tafel vegen. Die concepten nemen namelijk een centrale plaats in de katholieke leer in. Binnen het priesterambt is men echter verdeeld over de mate waarin het kwaad wordt gepersonifieerd tot een ‘echt’ wezen zoals satan of de duivel.

2.0  Een opgetekend verhaal [1]

‘Wees gegroet, Maria, vol genade … Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood ….’
De priester zalfde het voorhoofd van Caterina. Direct vertrok Caterina’s gezicht; haar wangen werden rood. De priester maakte snel een kruisteken op haar handen en in haar nek. Ze trok een gezicht alsof ze pijn leed. Haar stem werd opeens zwak en schor toen ze het gebed wilde voortzetten ‘Ceùs Cristo! Jezus Christus! Vervolgens trok haar lichaam met geweld samen.
‘Ik kan het niet’, bulderde ze met een veel zwaardere stem. Herhaaldelijk blies ze lucht door haar lippen naar buiten en af en toe keerde haar gewone, eigen stem terug. Ge-alarmeerd en onverschrokken hield de priester een groot crucifix tegen haar keel. ‘Bidt voor ons’, smeekte hij tot een lange reeks heiligen. ‘Heilige Michael, bid voor ons. Heilige Gabriël bidt voor ons. Caterina probeerde uit alle macht het kruisbeeld weg te duwen en rolde vervuld van weerzin met haar ogen. Haar heftige reacties bereikte een hoogtepunt toen de priester de naam van de pas overleden paus Johannes Paulus II noemde.exorcisme 13
Ze greep haar hoofd en stortte naar voren. Telkens wanneer de priester het kruisbeeld weghaalde, verloor ze verstikt haar stem. ‘Heer, wees ons genadig’. ‘Verlos ons, Heer’, riep de priester. Plotseling welde er zo’n gekreun uit Caterina op dat ze wel een brakend monster leek. Het ging maar door. Haar handen waren starre klauwen. ‘Dit is smerig’, gromde ze dreigend. Afgelopen, achterlijke priester!’
De priester deed een stap opzij om het rode boekje met de uitdrijvingsriten te pakken. Met het crucifix in zijn rechterhand sloeg hij drie keer een kruis: voor zijn voorhoofd, lippen en hart. Hij ging achter Caterina staan, legde zijn hand op haar hoofd en las het uitdrijvingsgebed voor.
Plotseling kreunde Caterina: ‘Ik kan dit niet meer aan’. ‘Zweer Satan af’, riep de priester. ‘Zweer de verleiding van het kwaad af’. ‘Zweer Satan af’. Nee, nee, riep Caterina. Ze schudde haar hoofd en siste: ‘Ssst’. ‘Geloof je in God? Geloof je in Jezus Christus?’, riep de priester. Ze kromp ineen, kneep haar ogen dicht, deed ze weer open en keek naar het plafond. Opnieuw zei de stem heel zacht: ‘Ja’. Vlug bad de priester een nieuwe serie Onzevaders. Alsjeblieft, hou op!’ huilde ze ‘Ik ben dit beu!’ De priester sloeg de stool over haar rechterschouder. Ze dook direct naar voren en gilde: ‘Basta!’

‘Ik beveel je, Satan! Verlaat Caterina, dienares van God!’. Ze boog zich naar voren en haar gezicht verwrong zich opnieuw. Het monster braakte weer lange, benauwde, harde keelgeluiden vanuit het diepst van een gekwelde ziel. ‘Verlaat dit schepsel, Satan!’ De priester drukte het crucifix op haar rug.
Ze hield het hoofd in haar handen. Het gillen bleef maar doorgaan. Uiteindelijk zakte Caterina naar achteren in haar stoel. ‘Genoeg, genoeg’, mompelde ze. Daarna dook ze weer met een schreeuw naar voren en wrong zich in allerlei bochten om aan het kruis op haar rug te ontsnappen. Ze bleef maar gillen. Een stem van nog dieper dan de andere bulderde via Caterian: ‘Idioot van een priester! Genoeg, onderkruipsel!’ Opeens snikte er een kinderlijk meisjesstem: ‘Hou alsjeblieft op, ik smeek je het, hou op’.
De priester bleef maar bidden. Ineens sloeg ze naar voren. ‘Ik wilde hier niet komen. Het is jouw schuld. Ik haat je’. De priester wiste haar tranen, maar ze duwde hem weg. Ineens trok ze een grimas en er weerklonk een nog hardere stem: ‘Sterf, priester. Sterk, priester. Sterf priester!’
‘Heilige Maria, moeder van God, bid voor onze zondaars, nu en in het uur van onze dood’, bad de priester en ging over op de volgende rite, die van het hele.
exorcisme 5‘Heel ons Heer! Heel haar, o Heer!’ Laat me met rust, priester, zei ze. ‘ze zal nooit genezen. Het is zinloos, ga weg. Ze zal nooit genezen. De priester bleef het genezingsgebed maar herhalen. ‘Heel haar, o Heer! Bid voor ons!’ Langzaam na ontelbare keren van afkeer en gekreun, begon Caterina stilletjes mee te bidden. Caterina huilde meer van opluchting dan van pijn. Haar lichaam trok nog eventjes samen, maar de priester legde zijn handen op haar schouders en uiteindelijk kalmeerde ze. Caterina klaarde op. Ze verklaarde dat ze voor ‘tachtig procent’ genezen was.


[1] Het opgetekende verhaal komt uit het boek ‘De Exorcist van het Vaticaan’, Tracy Wilkinson; blz. 10-16

2.1  Een opgetekend verhaal [1]

'Is het spreken met een demon mogelijk? Gevaarlijk?'
'Wanneer is zo’n gesprek mogelijk? Hoe betrouwbaar zijn uitspraken van demonen?'

Bij een evangelisatie kwam een vrouw die sinds jaren de Bijbellezingen van een christelijke gemeenschap bezocht. Ze leed onder de volgende belasting. Als in de gebedskring voor haar gebeden werd, kwamen vreselijke lasterlijke vloeken uit haar mond. Eest werd gedacht aan een dwangneurose. De patiënte was zeer sensibel en sterk religieus ingesteld. Het vloeken en lasteren stond dus in contrast tot haar verdere houding.
In het beginfase werd er met twee broeders gesproken; in een latere fase zelfs met vijf broeders. Tijdens dit gesprek en het erop aansluitende gebed kwamen weer die godslasterlijke vloeken in een accent die deed denken aan vreemde stemmen. De oudste broeder vroeg ‘Wie ben je?’ (zoals bij Jezus bij de bezeten Gadarener, Marc. 5,9). Tot hun verbazing gaven de vloekstemmen antwoord en ze zeiden dat ze met hun zevenen waren………. Etc., etc., etc.

exorcisme 3Een gesprek met een demon is mogelijk, maar is enigszins gebonden aan de crisistoestand van de ‘bezetene’; van de patiënt. Een direct gesprek is bij een ‘gebondene’ niet mogelijk, want dan kan de demon het bewustzijn, de wil, het verstand en het gevoel van zijn prooi niet volledig uitschakelen en dus niet van zijn spraakorgaan gebruik maken. Wel kan hij de ‘gebondene’ bijvoorbeeld zijn naam in gedachte geven.
De crisistoestand kan twee vormen aannemen; lucide (helder) bezetenheid en somnambule (slaapwandelend) bezetenheid. Soms blijft de bezetene bij bewustzijn, hij of zij maakt als passieve toeschouwer alles mee wat er gebeurt en kan zich dus later alles herinneren. Zijn lijden is daardoor groter dan bij de andere vorm. De vorm waarbij de bezetene in een soort hypnotische of trancetoestand valt en dus niets merkt en voelt en ….. achteraf zich ook niets herinnert.

Als een demon spreekt, gebruiken ze daarbij het hersenapparaat van de ‘bezetene’. Zij geven hem de gedachten in, die hij in woorden moet uitdrukken. Dat gebeurt ook in de lucide vorm van bezetenheid. De bezetene wordt als een muziekinstrument bespeeld. Niet door de eigen geest maar door de indringer, de boze geest! Worden de hersenen vermoeid of wordt de bezetene bijvoorbeeld na innemen van slaaptabletten slaperig, dan wordt het spreken van de demon slordiger en bijna onhoorbaar fluisterend. De demonen klagen dan: ‘Ze neemt niet meer op, ze heeft niet onze opnamecapaciteit’.

Zijn er meerdere demonen aanwezig, dan kunnen stem en gezichtsuitdrukking wisselen. De menselijke stem draagt de gedachten, de menselijke gezichtsuitdrukkingen en de gevoelens van de demon(en) over.


[1] Boek ‘Demonen’, Eruit in Jezus’ naam! Van Dr. W.C. van Dam

3.0  Mogelijkheid en risico

Een gesprek met een demon is dus mogelijk, maar niet in elke bezetenheidsgeval spreken de demonen. Een gesprek met een demon mag in ieder geval niet op een conversatie lijken, een babbeltje over allerlei interessante zaken. Het moet het karakter hebben van een verhoor, waarbij de zielzorger – de exorcist – de rol van politieman of rechter heeft. Het moet ook niet langer duren dan strikt noodzakelijk is.

exorcisme 18Waar een verhoor tot stand komt, moet men op verschillende punten letten. Allereerst: demonen zijn leugengeesten [1]. Volgens de Bijbel [Joh. 8,44] vormen ze het leger van hun vorst die een aartsleugenaar is. In de tweede plaats, let op afleidingsmanoeuvres. Het is meer dan eens voorgekomen dat een demon probeert zijn uitdrijving te verhinderen of uit te stellen door de zielzorger in een debat te verwikkelen door bijvoorbeeld allerlei voorwaarden te stellen. Ook kan hij verdeeldheid zaaien door medewerkers van de zielzorger of ook anderen vals te beschuldigen. In de derde plaats, het heeft geen zin te proberen demonen te bekeren. Hoewel sommige demonen berouw hebben en ernaar te verlangen uit de ‘dienst van satan’ bevrijd te worden en weer naar het Licht wilde terugkeren. En in de laatste plaats: als het verhoor te lang duurt, komt het voor dat een demon versterking in- of aanroept. Bovendien moet de zielzorger erop bedacht zijn, dat degene die hij verhoort niet de enige demon hoeft te zijn. Anderen kunnen zich stilhouden en achterblijven als de spreker is verdreven.

Demonen zijn leugengeesten [1] die erop uit zijn verwarring te stichten en animistische, spiritistische opvattingen te stimuleren. Zoals ze zich kunnen uitgeven voor goeden, zo verschuilen ze zich ook vaak achter het masker van gestorvenen [maar ook de rol van Jezus, aartsengel Gabriël, of een Hoger Wezen, etc. etc. kunnen innemen; zich voordoen alsof ze … zijn) en spelen hun rol! Ze kunnen zich als gestorvenen voordoen omdat ze deze intiem hebben gekend.
Hoe komen ze aan die kennis? Mogelijk hebben ze tijdens hun leven in hen gewoond of ze herkennen de lichtende energievormen van de bezetene uit dit leven of vorige leven(s).


[1] De verschillende soorten geesten; dolende geesten, kwaadwillende geesten, obsessieve energievormen, etc., etc. zullen uitvoerig besproken worden in de Nieuwsbrief ‘Demonie’ of ‘Obsessieve energievormen’

4.0 Het uitdrijvingsritueel

‘Het rooms-katholieke uitdrijvingsritueel of de meer protestantisme gericht Dienst van genezing en bevrijding’.

Niet alleen de rooms-katholieke Kerk is bekend met het verschijnsel bezetenheid en demonische beïnvloeding. Ook uit de geschiedenis van de Protestantse Kerk komen voorbeelden naar voren van gevallen van bezetenheid en uitdrijvingsrituelen.

exorcisme 16De katholieke catechismus [1673]– de belangrijkste reeks richtlijnen om een goed katholiek te zijn – stelt: Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk publiekelijk en gezagvol in naam van Jezus Christus vraagt, dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Boze, en aan zijn macht onttrokken zal zijn.

Dat soort exorcisme kan voor een patiënt die aan ‘kwelling’ onderhevig of in de war is niets anders dan een paar gebeden zijn. Maar dit geldt niet voor ‘bezetenheid’, aldus de Kerk! Het zijn vaak korte en weinig ‘weinig omhanden hebbende‘ rituelen. De meer dramatische en gewelddadige rituelen spelen zich af op het terrein van de ‘echte bezetenheid’.

5.0 Het Rituale Romanum

Het Rituale Romanum dat de officiële regels van een exorcisme bevat, geeft de volgende richtlijnen:

  1. De exorcist moet zorgvuldig vaststellen of de bezetenheid echt is.
  2. De priester moet van onbesproken devotie, kennis, discretie en integriteit zijn.exorcisme 8
  3. Het exorcisme moet dusdanig worden uitgevoerd, dat de sessie het geloof in de Kerk weerspiegelt.
  4. De geplaagde moet zich goed voorbereiden met gebed, communie, biecht en vasten.
  5. Het exorcisme moet zich afspelen in een bidvertrek, een kapel of in een kleine ruimte voor gewijd gebed in een kerk. Het kruisbeeld, alsmede een beeltenis van de maagd Maria moet in de ruimte domineren.
  6. Het ritueel begint met het besprenkelen van wijwater en de exorcist moet de gekwelde het kruis van de Heer tonen.
  7. De exorcist moet zich hullen in zijn soutane, superplie en paarse stool.
  8. Het Rituale Romanum verbiedt de priester om overbodige en nieuwsgierige vragen te stellen.

exorcisme 15Een exorcisme begint altijd met gebed! De werktuigen van het exorcisme liggen op een houten tafel. Aan de ene kant een rood missaal, een zilveren crucifix [1], een fles wijwater uit Lourdes, en een houder met heilige oliesel.
De priester-exorcist legt de purperen stool over de patiënt en slaat een kruis. De patiënt moet de gebeden samen met de priester opzeggen die hem of haar ook kan zalven met heilig oliesel en wijwater. In de meeste gevallen legt de priester zijn handen op haar hoofd en daarna zalft hij haar voorhoofd door een kruisteken met heilig oliesel te maken. De duivel wordt volgens de priesters door die zuiver religieuze symbolen het meest op de kast gejaagd!

‘De duivel houdt niet van Latijn’

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw worden dezelfde Latijnse teksten herhaald, zoals: "Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei". (‘Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God’).
Of: "Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem exorcisme 14mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas". (‘Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk’).

Tijdens een uitdrijving gebruikt pater Gabriele Amorth [2] (bijnaam: ’Romes loslippige exorcist’) bij voorkeur Latijn, omdat die taal het effectiefst zou zijn wanneer je de duivel de handschoen toewerpt. Maar het blijkt dat niet alle priesters de officiële kerktaal gebruiken.


[1] Het kruissymbool herinnert ons allereerst aan de overwinning van Jezus Christus op Lucifer, de gevallen engel. Het is een krachtig symbool dat mensen kunnen gebruiken in de strijd tegen het kwaad.
[2] Pater Gabriele Amorth (1925 - 16 sept. 2016) heeft tien jaar geleden de Internationale Vereniging van Exorcisten opgericht, die om de twee jaar een geheime conferentie in Italië houdt. De vereniging heeft niet de officiële zegen van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst van ’t Vaticaan.

6.0  De persoon van de zielzorger

Het protestantisme: ‘De dienst van genezing en bevrijding’ ‘Demonen zijn sterker dan wij, Jezus is sterker dan zij’.

‘Alléén Jezus Christus is de uitdrijver van demonen en de bevrijder van bezetenen en ‘gebondene’. Hij werkt via mensen die hij in zijn dienst stelt’.

Welke mensen kan Jezus in deze dienst gebruiken?

exorcisme 16De rooms-katholieke Kerk reserveert in haar kerkrecht de taak van demonenuitdrijving voor de gewijde priesters. De priester (of protestantse zielzorger) die exorcist wordt, moet van onbesproken devotie, kennis, discretie en integriteit zijn; ook moet hij bidden en vasten om Gods bijstand.

Nu mag een plechtig exorcisme slechts voltrokken worden met toestemming van een bisschop die daarvoor een priester aanwijst. Zo is het echter in het begin niet geweest. Oudere kerkvaders als Justinus en Origenes bevestigen, dat ook de eenvoudigste christen in staat is om boze geesten uit te drijven. Dat is in de lijn van [Marc. 16,17]: ‘Deze dingen zullen de gelovigen volgen …. boze geesten zullen ze uitdrijven’.

6.1  Protestantse visie

‘Het bloed van Jezus staat centraal in Dienst der bevrijding’

Sinds de Reformatie ziet – althans in theorie – men de gemeente als een koninklijke priesterschap (1 Petr. 2,9). Ook al weten ze van het herderlijke ambt dat predikanten en ouderlingen bekleden, dat ieder christen plotseling voor een geval van demonie kan komen te staan en innerlijk weten ze, ‘nu moet ik in Jezus’ naam handelen op zijn gezag en in zijn ‘volmacht’. Of hij ook verder in deze ‘Dienst der bevrijding’ bezig zal zijn, hangt af van de leiding van de Heer. Maar de overheersende gedachte blijft bestaan, dat wie uit eigen kracht de strijd aanbindt, uiteindelijk wordt verslagen. Het kan hem zijn gezondheid, ja zelfs zijn leven kosten!
exorcisme 20Voor een gelovige die de Heer in de Dienst der bevrijding wil stellen, is één ding dan ook noodzakelijk en één ding van essentieel belang: hij moet weten van de werkelijkheid van het bloed van Jezus en liefst ook met zijn Geest gedoopt zijn. Want het bloed van Jezus is niet alleen het geheim van vergeving en heiliging, maar ook van bescherming en overwinning. Op Goede Vrijdag en op Pasen overwon Jezus de macht van satan. Aan het kruis werden de machten openlijk tentoongesteld en is over hen gezegevierd (Col. 2,15). De christen heeft zijn houvast in het volbrachte werk van zijn Heer en hij ontvangt diens volmacht als hij met satans overwinnaar verbonden is in geloof en liefde, in vertrouwen en gehoorzaamheid. Hoe sterker deze verbondenheid, hoe groter de volmacht!
Dr. Koch schrijft: ‘Pastorale leiding geven kan alléén hij die zichzelf door Christus leiden laat. De weg der bevrijding tonen, kan alléén hij die zelf door Gods genade deze weg gegaan is’. En Jessie P. Lewis drukt het zo uit: ‘Gods Geest geeft de gelovige zoveel van Christus’ gezag over boze geesten, als de gelovige in zijn persoonlijk leven overwonnen heeft’.

Uiteraard wil dat niet zeggen dat men de staat van ‘volmaaktheid’ moet hebben bereikt. Hoogmoed, zelfvertrouwen, zelfhandhaving, wrok, verstoppen het kanaal naar God en maken ons krachteloos. Wie zondevergeving en levensheiliging in zijn leven serieus neemt, heeft Gods wapenrusting (Ef. 6,11) aangetrokken. Dan mag hij zich weten te staan onder de bescherming van het bloed van Christus. Het zich stellen onder het bloed van Christus, het Lam Gods, mag niet verworden tot een magische formule. Het gaat om het krachtig besef in gemeenschap staan met hem, die ons reinigt van alle zonden en daarmee de vijand verslagen heeft. Daar waar gemeenschap met Christus, met zijn lichaam en bloed geschonken wordt, aan de Avondmaalstafel, zal de strijder tegen boze geesten vaak te vinden zijn. Voor de rooms-katholieke priester is het zelfs verplicht, zich voor het slotexorcisme met de eucharistie te sterken.

Het bloed van Christus is de grond voor de immuniteit van de christen tegen demonie!

exorcisme 29De Heilige Geest is het geheim van Jezus’ kracht. Hij begon zich openlijk optreden waarin de strijd tegen de boze en zijn troepen zo’n belangrijke plaats innam pas, nadat hij bij zijn doop in de Jordaan met de Heilige Geest vervuld was. Uitdrukkelijk brengt hij deze zalving met de Heilige Geest in verband met zijn opdracht voor ‘gevangenen en gebondene’ (Luc. 4,18 naar Jes. 61). Door de Geest Gods drijft hij boze geesten uit (Matt. 12,28). Deze vervulling met de Heilige Geest is nodig vóórdat de apostelen met hun werk mochten beginnen. Door het Pinkstergebeuren werden zijn toegerust met ‘kracht van omhoog’ (Luc. 24,49). Weliswaar hebben de discipelen in Jezus’ opdracht ook reeds demonen uitgedreven, maar niet altijd succesvol.

6.2      Wat doet nu de zielzorger, ambtsdrager of priester wanneer iemand met vooral psychische klachten bij hem komt?

‘De diagnose’.                  
‘Demonenblindheid?’

exorcisme 25Door het Rituale Romanum wordt ervoor gewaarschuwd, niet te snel aan demonie te denken. Wie overal demonen speurt kan grote fouten maken. Bij mensen die uit zichzelf angstig van aard en zwak van zenuwstelsel zijn, kan een bezetenheidswaan worden opgeroepen, die zelfs met nachtmerries en visioenen van demonen gepaard kan gaan. Zolang de zielzorger niet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weet dat er demonen in het spel zijn, moet hij wachten en bidden om meer klaarheid.
In sommige evangelische kringen heeft men de gewoonte zich bij het vaststellen van de diagnose te houden aan de raad van de apostel Johannes (1 Joh. 4,1-3): ‘Beproeft de geesten of ze uit God zijn. Iedere geest die Jezus niet belijdt is niet uit God’. Maar Johannes heeft deze maatstaf niet gegeven om demonie, maar om ketterij te ontmaskeren. De ernstigste ketterij waarmee de kerk in de eerste eeuwen te maken had. Met deze door Johannes aanbevolen proef werden de gnostische profeten ontmaskerd!

In hoeverre is het voor de zielzorger noodzakelijk met een arts of een psychiater samen te werken?

In de rooms-katholieke Kerk is de priester verplicht, voor hij tot demonenuitdrijving overgaat, bij het vaststellen van de diagnose een arts te raadplegen. Maar een zenuwarts zal zelden een geval van demonie (willen) erkennen. Ieder zielzorger die op dit gebied werkzaam is, heeft herhaaldelijk meegemaakt dat ‘gebondene’ en bezetenen regelmatig als schizofreen of hysterisch werden beschouwd en vaak naar de psychiatrische inrichtingen werden gestuurd. Daarom wordt vaak afgezien van een samenwerking met een arts of psychiater.

7.0 De strijd en de overwinning

Sinds Justinus, Origenes en Eusebius bestaat er de gedachte dat de demonen bang zijn voor het bloed van Jezus. Het is dus van belang hen daarmee steeds weer te confronteren. Na verhoor moet de demon worden uitgedreven in de naam van Jezus. Vooral bij bezetenheidsgevallen moet daarbij stevige weerstand overwonnen worden. In deze strijd zijn een aantal ‘wapenen’ gegeven.

  1. De Heilige Schrift. Het Sacerdotale Romanum beval het lezen van Psalm 56, 68, 72 en 91 De kerkvader Athanasius wist dat de psalmen goede wapens zijn. Bijvoorbeeld bij een bezeten jonge vrouw plachten we Psalm 27 als strijdplan te lezen. Veel worden er Bijbelteksten gelezen waar bloed en naam van Jezus worden genoemd: Ef. 1,20 vv., Col. 1,14 vv., 1 Petr. 1,18 v., 1 Joh. 1,3, Openb. 5,6 vv. en 12,10. Evangelisten in India overdrijven wel als ze bezetenen drie dagen met Bijbelteksten bestoken.
  2. Naast het lezen komt het zingen. Kerkvader Augustinus geeft al een voorbeeld dat liederen de exorcisme 31vijand prikkelen en zijn tegenstand verzwakken. Voorbeelden zijn: ‘U zijn de glorie’, ‘Er is kracht in het bloed van het Lam’, ‘Er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht’, ‘Amen, Jezus Christus Amen’, en ‘Jezus zal heersen’ met de regel ‘Wie was gevangen wordt bevrijd’.
  3. Gebed. De kerkvader Ireneus verzekert de christenen niet door aanroeping van engelen of met formules maar door gebeden tot God boze geesten uitdrijven. Demonen reageren scherp op het gebed in tongen; tongentaal of klanktaal. Het bidden in tongen geeft je innerlijke kracht en stemt jouw geest af op de Geest van God. [Paulus in 1 Kor. 14] Misschien staat dit daarom in Marc. 16,17 direct voor de belofte van de demonenuitdrijving genoemd.
  4. Het Avondmaal kan ook tijdens de strijd gevierd worden.
  5. Handoplegging. In de protestantse kringen is het omstreden of het toegepast mag worden. Voor zover we weten heeft Jezus wel zieken en gebondene, maar geen bezetenen de handen opgelegd. [Luc. 13,10 vv.]. De kerkvaders hebben daar geen moeite mee en passen rustig handoplegging toe, zoals Tertullianus, Ambrosius en Augustinus bevestigen en door de vierde synode van Orange wordt aanbevolen. Uit alle eeuwen komen berichten dat demonen door handoplegging niet op prijs stellen, uitroepen dat ze in brand staan of pogen het hoofd van hun slachtoffer uit de hand van de zielzorger weg te draaien.
  6. Gebruik maken van gezegend water.

8.0 De uitdrijving? Doen of niet doen?

Vragen:

1. Kan men bij zichzelf demonen uitdrijven in Jezus’ naam?
            2. Kan men demonen bij een aantal mensen tegelijkertijd uitdrijven?
                    3. Kan men ook demonen op afstand uitdrijven?

De kerkelijke argumentatie over uitdrijving van demonen

exorcisme 12Sinds Justines, Origenes en Eusebius vinden we telkens opnieuw bevestigd dat demonen bang zijn voor het ‘bloed van Jezus’. Het is dus van belang hen daarmee steeds weer te confronteren. Na verhoor moet de demon worden uitgedreven in de naam van Jezus. Vooral bij bezetenheidsgevallen moet daarbij stevige weerstand overwonnen worden, aldus de Kerk.
De strijd om bevrijding kan een kwestie van minuten, maar ook van jaren zijn! Waarom de Heer zo’n lange strijd toelaat is moeilijk door ons te beredeneren. Rond elke bezetenheidsgeval worden, hoe groot ook satans speelruimte, de grenzen getrokken door God. Of misschien moeten we zeggen, door Jezus. De demonen spreken vaker over Jezus dan over God. ‘De Nazarener bepaalt de dag van ons vertrek’.

Het Rituale Romanum schrijft de priester voor, te vragen naar dag en uur van het uitgaan van de demonen, ook naar het teken dat hij bij zijn weggaan moet geven. Dat laatste vertelt ook de joodse schrijver Flavius Josephus: de jood Eleazar beval een demon om als bewijs van zijn gehoorzaamheid bij zijn vertrek uit een bezetene een emmer om te stoten, wat deze inderdaad deed. Mogelijk nam dus de oude kerk deze praktijk over van het Jodendom.exorcisme 4

De rooms-katholieke literatuur vermeldt voorbeelden waarbij de demon als teken van zijn vertrek een Bijbeltekst uitsprak, een kaars uitbluste, de bezetene een schoen uittrok, de kerkklok luidde, enzovoort. Protestantse zielzorgers hebben op dit punt de rooms-katholieke praktijk niet gevolgd. Het dichts erbij komt het, als men de naam van de demon vernomen te hebben, van de demon eist, na te zeggen: ‘Jezus is overwinnaar’ of een andere belijdenis in deze trant. Na fel verzet, soms onder de uitroep: ‘Nee, ik ga niet’ moesten ze gehoorzamen. Maar als de zielzorger vraagt, wanneer de demon weg moet gaan, loopt hij het risico dat hij het initiatief uit handen geeft. De demon heeft niet zelf over het tijdstip van zijn vertrek te beslissen.

De heilige overtuiging van zowel de rooms-katholieke als de protestante zielzorger of ambtsdrager – het christelijke geloof – is: ‘Alléén Jezus Christus is de uitdrijver van demonen en de bevrijder van bezetenen en gebondene’. ‘Het bloed van Christus is de grond voor de immuniteit van de christen tegen demonie. De Heilige Geest is het geheim van Jezus’ kracht. Door de Geest drijft hij boze geesten’. [Matt. 12,28]
En niemand anders is in staat om demonische bezetenheid te bestrijden c.q. doen uitdrijven. Maar is dat waar?

De verschillende stadia van demonische bezetenheid zijn mede bepalend voor de behandeling die nodig is. De Katholieke traditie onderscheid ruwweg drie stadia van bezetenheid;

  1. De circumsessio: hierbij zit het kwaad als het ware om de mens heen en wordt hij of zij geplaagd van buitenaf, zonder dat er sprake is van innerlijke bezetenheid. Een voorbeeld hiervan is dat exorcisme 6geesten hun intrek in een huis hebben genomen en de bewoners de stuipen op het lijf jagen. Dan doen zich soms zogeheten ‘poltergeistverschijnselen’ voor; er worden klopgeluiden gehoord of er vliegen allerlei voorwerpen door de kamer, etc.
  2. Een graadje erger is de obessio. Dan is er al sprake van gebondenheid: iemand verliest zijn vrijheid doordat een (klein) gedeelte van de menselijke geest in het bezit is genomen door een duistere macht. Het bewustzijn van de persoon in kwestie is nog steeds aanwezig, maar het karakter en andere eigenschappen worden al min of meer bepaald door de lage ‘geestenwereld’.
  3. Tot slot is er nog de possessio: Dan is iemand helemaal in bezit genomen door een donkere macht. In dat geval heeft de bezetene nagenoeg niets meer te vertellen en is het lichaam in handen van de bezetter – de ongewenste, kwaadwillende ‘geest’ of obsessieve energievorm – gevallen.

Hoe meer iemand met zijn of haar bewustzijn aanwezig is, des te meer daar een beroep op moet worden gedaan. Anders gezegd: alles wat een slachtoffer nog kán doen om bevrijding tot stand te laten komen, zal moeten worden aangewend. Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat totale bevrijding nooit plaats zal vinden. Er moet dus een beroep worden gedaan op de innerlijke kracht en bereidheid van het slachtoffer om tot bevrijding te komen.
Soms zijn mensen passief en verlangen ze van de hulpverlener – de zielzorger, ambtsdrager, de priester of exorcist – dat die er voor moet zorgen dat zij of hij bevrijd worden. Maar zonder volledige medewerking en inzet van de gebondene zal dit niet of zelfs nooit gaan! Hij of zij zal hart aan zichzelf moeten werken om het proces doorgang te kunnen geven.

8.1  Exorcisme niet zonder gevaar

exorcisme 18Exorcisme is zeker niet zonder (enig) gevaar! Dat het erg mis kan gaan, blijkt wel uit de zaak Annelies Michel die in juli 1976 op 23-jarige leeftijd stierf aan de gevolgen van ondervoeding en longontsteking, nadat twee exorcisten (Ernst Alt (1974) en later pater Renz (1975)) tevergeefs hadden geprobeerd haar van de duivelse macht te bevrijden.
In 2005 kwam naar aanleiding van deze geschiedenis de film ‘The Exorcism of Emily Rose’ uit, waarin de gebeurtenissen rond Annelies Michel zijn verfilmd. Al eerder was het verhaal van Robbie Mannheim verfilmd, een jongetje dat bezeten was geraakt nadat hij met een ouija-bord had gespeeld.

In 2005 voltrok zich opnieuw een drama. Een artikel uit de Elsevier van 22 februari 2007 vertelt het volgende:

‘Een Roemeense priester is maandag tot vierteen jaar cel veroordeel voor zijn aandeel in de dood van een 23-jarige non. Die stierf tijdens een uitdrijvingsritueel in 2005. Vier nonnen werden voor hun bijdrage veroordeeld tot celstraffen van vijf tot acht jaar.
De non, Irina Maricia Cornici, werd in het dorpje Tanacu in het noordoosten van Roemenië dagenlang zonder water of voedsel aan een kruis geketend. Gekruisigd met een handdoek in haar mond. Daar voltrok zich onder leiding van de 31-jarige priester met hulp van de nonnen een ritueel met als doel het verjagen van een geest of de duivel uit het lichaam van de vrouw. Maar ze bleek schizofreen te zijn en stierf door uitdroging en gebrek aan zuurstof.
De dood van de non schokte het land en de orthodoxe-christelijke kerk in Roemenië kondigde hervormingen aan, waaronder psychologische tests voor mensen die in het klooster willen gaan. De priester werd uit zijn ambt gezet en de vier nonnen werden geëxcommuniceerd’.

Uit dit artikel en uit meerdere onderzoeken blijkt hoe gevaarlijk het kan zijn als mensen zich blind staren op een vermeende ‘bezetenheid’ door de aanwezigheid van niet-geïdentificeerde, ongewenste energiewezens en daarbij voorbij gaan aan de lichamelijke en psychische factoren die een grote rol (kunnen) spelen in het waarnemen van ‘ongewenste energievormen’ [1] in het fysieke lichaam of in je directe omgeving.
Verhalen over exorcisme in de Middeleeuwen en de Renaissance vertonen vaak het beeld dat een exorcisme 23ongewenste energievorm – een pseudo-obsessor, een auralifter [2], een elementaal, etc. [Nieuwsbrief, Exorcisme Obsessieve energievormen’ – deel V] - zich kan ‘aanhechten’ aan het fysieke lichaam. Aanhechtingen zijn geprojecteerde energieën en zelfs deelpersoonlijkheden van levende mensen, of meeliftende overledenen. Meestal zijn de aanhechtingen storend: vaak parasitair, soms bewust, meestal onbewust. Agressieve aanhechtingen noemen we obsessoren! Obsessoren komen we tegen in zware, ingewikkelde en hardnekkige gevallen met mentale, psychische en lichamelijk belasting. Bij echte bezetenheid neemt de obsessor als het ware je gedachten en emoties ‘over’. De meeste aanhechtingen zijn dolende ‘geesten’. Deelpersoonlijkheden – de geest van de overledene – zijn niet naar het Hiernamaals overgegaan!

Aanwijzingen voor de aanwezigheid van obsessoren in het fysieke lichaam zijn:exorcisme 11

  • Plotselinge persoonlijkheidsveranderingen in karakter, gedrag of verschijning;
  • Overvallen worden door zelfmoordgedachten;
  • Lichamelijke veranderingen: extreme kracht, epileptische aanvallen, verstijvingen en verlammingen, stemveranderingen en gevoelloosheid voor pijn;
  • Sterke verlaging van het energieniveau;
  • Chronische vermoeidheid;

8.2  Onwetend betekent levensgevaarlijk

De Braziliaan, Inacio Ferreira, geeft over dergelijke ‘overname van een obsessor en aanhechtingen’ spectaculaire voorbeelden, waarbij de zielzorger of de exorcist door een obsessor werd belaagd en zelf werd ‘overmeesterd’; ingepakt. Het Rituaal (versie 1952) waarschuwt dan ook en zegt bijvoorbeeld dat, de demonen soms uiterst sluw zijn en de schijn wekken dat ze helemaal verdwenen zijn – de ‘ontkenningsfase van de patiënt’ van Freud in een theologisch jasje. Omdat de confrontatie met een bezetene gevaarlijk is, waarschuwt de Kerk ervoor dat het exorcisme op de juiste wijze wordt uitgevoerd. exorcisme 14De catechismus zegt daarover: 'Men moet met voorzichtigheid te werk gaan door de regels die door de Kerk vastgelegd zijn strikt te onderhouden.' (nr. 1673).
In alle uitdrijvingsrituelen komt het erop neer dat de expertise, intuïtie en ervaring van de exorcist tijdens een behandeling de doorslag (kan) geven of een behandeling – een uitdrijving van een demon of boze geest – succesvol verlopen is, ja dan nee.

Mijn advies omtrent het bestrijden of zelfs het uitdrijven van (dolende) kwaadwillende, dolende geesten – let op, dit heeft niets te maken met Satan of de Duivel te maken; niets! - is niet geschikt voor halfzachten en wankelmoedigen. Zeker niet voor hen die dit zelf (eens) willen proberen.
Hou je in ieder geval verre van exorcisme! Ken de gevaren van het uitdrijven van kwaadwillende, ziekmakende obsessoren, of iedere ongewenste energievorm! Besef terdege waar je mee bezig bent!


[1] zgn. Auralifters = een obsessieve energievorm die als het ware 'vastgeplakt' zit aan het menselijk aura-veld en meelift op de energie van de gastheer.
[2Obsessieve energievormen ofwel obsessoren is een on-belichamend energiewezen dat zich in een belichamend mens of wezen nestelt. Dit kan bij de gastpersoon periodiek of permanent vreemde sensaties - gedragsveranderingen - veroorzaken. Obessoren zijn energiewezen die dood zijn en niet naar het Licht (het Hemelrijk) zijn gegaan; het zijn dolende, soms kwaadwilende, ziekmakende energiewezens, meestal aangeduid met de verzamelnaam entiteiten. Obsessieve energieën gebruiken energieën van de ‘gastpersoon’ en veroorzaken daarom bijv. vermoeidheidsverschijnselen tot ongewenste gedragsstoornissen en één of meer gespleten persoonlijkheden.

9.0  Ontmythologisering van satan

Maar bestaat de Duivel of Satan werkelijk?

exorcisme 30Nogmaals, de duivel of de satan is door mensen uitgevonden om anderen te dwingen te doen wat zij willen, door hen te dreigen met een scheiding van God. De verdoemenis, voor eeuwig verbannen zijn naar de vlammenzee van de Hel, dat was en is de ultieme angsttactiek die nog steeds door vele georganiseerde religies en sektarische groeperingen worden toegepast. Sommige elementen van de huidige georganiseerde godsdienst – vooral de Amerikaanse Pinkstergemeente en de Katholieke Charismatige Beweging – gebruiken angst voor een echte, machtige duivel om navolging te krijgen en hebben een loyale achterban. Voor hen is de duivel bezig met een grote comeback!

Maar nu je dit allemaal weet, hoef je niet meer angstig te zijn. Maar als jij denkt dat de Satan werkelijk zou bestaan, dan bestaat hij in de vorm van onze eigen gedachten over afgescheiden te zijn van God. Maar het is onmogelijk om gescheiden te zijn van God, want God is |Al-Wat-Bestaat|. Wanneer je uiteindelijk begrijpt dat Gods Wereld geen scheiding kent - dat wil zeggen dat er niets is dat niet-God is - dan zul je eindelijk die menselijke uitvinding kunnen loslaten die wij satan genoemd hebben.

10.0 Slot

exorcisme 80Volgens de Bijbel – het evangelie - is Satan een door God geschapen engel die in opstand kwam. Satan is de rebelse bevelhebber – een persoon - die het opneemt tegen God de Heer. Maar God verbande hem naar de Hel, waar zich ook andere foute en opstandige engelen bij hem voegden die demonen werden. Aldus werd het kwaad niet belichaamd in één enkel wezen – een persoon-, maar in een bovennatuurlijke wereld-leven. Er bestaan hele legioenen van kwade geesten die niet in de fysieke wereld leven. Omdat zij geen fysieke vorm hebben, moeten ze bezit nemen van lichamen van menselijke slachtoffer; ze zoeken een ‘gastheer’ in de fysieke wereld op.
Deze kerkelijke visie (geloofsleer) over satan of de duivel van ooit-eens is verheerlijkt tot een ware geloofsovertuiging; tot een verzameling van leerstellingen die door de religie als onbetwistbaar wordt beschouwd. Leerstellingen die niet – nooit - ter discussie staan! Al eeuwen niet! Ook vandaag de dag niet!

Ten diepste draait het dus om de vraag of het wel theologisch correct is te spreken over het bestaan van de duivel of satan; over het ‘goede en het kwade’! De vraag draait in wezen om twee kernthema’s, te weten:

  1. Bestaat Satan en Satansrijk? Mijn antwoord is NEEN!
  2. Bestaat er een niet-gedefinieerde, onherkenbare, onzichtbare ‘lagere’ geestenwereld? Mijn antwoord is JA!

Hans Zevenboom

Literatuurverwijzing:

  1. Boek ´De exorcist van het Vaticaan´, Tracy Wilkinson
  2. Boek, ´Ervaringen van een hedendaagse exorcist´, Roelof Tichelaar
  3. Boek ´het Spiritisme´, Dr. W.H.C. Tenhaeff
  4. Boek ´Het occulte is dichtbij´, drs. R.H. Matzken
  5. Boek ´Sekten en stromingen´, ds. H. Veldhuizen
  6. Boek ´Heksen bestaan´, Melkor
  7. Boek ´New Age, esoterie en evangelie´, J. Minderhoud
  8. Boek, ´De Joodse sekten ten tijde van Jezus´, Marcel Simon
  9. Boek, ´Geloof en sekte´, Kurt Hutten
  10. Boek, ‘Misleid door New Age´, Will Baron
  11. Boek, ´New Age´, Drs. R. Matzken
  12. Boek, ‘De New Age beweging´, dr. J. Verkuyl
  13. Boek, ´De subtiele kracht van geestelijk misbruik´, David Johnson
  14. Boek, ‘Demonen’. Eruit, in Jezus’ naam, Ds. W.C. van Dam
  15. Katholiek Nieuwsblad, Elsevier, Trouw, NRC, Telegraaf, etc.
 
Millennium-Visie
Tel. 06 – 20834965
www.millennium-visie.org
info@millennium-visie.org

Joomla Templates by Joomlashack